zaterdag 17 september 2011

een rare droom



Hij rekte zich uit. Hij liep naar de bank toe en sprong erop. Hij nestelde zich naast zijn baasje en begon hem kopjes te geven. “Niet nu, Simon”, zei zijn baasje. Simon ging verder met kopjes geven en na een minuut of vijf gaf zijn baasje het op en begon hem te aaien. Simon begon te spinnen. Na een kwartier had Simon er genoeg van en ging naar buiten. Hij jaagde op muizen en liet honden schrikken. Toen was het etenstijd. Na een avond op de bank te hebben gezeten met zijn baasje ging hij slapen aan het voeteneind van zijn baasjes bed.

Evert werd wakker. Hij hield zijn ogen dicht en dacht na over wat hij had gedroomd. “Een kat” mompelde hij. “Ik was een kat.” Hij glimlachte. Het was een goede droom geweest. Hij kleedde zich aan en ging ontbijten. Hij dacht nog meer na over zijn droom en probeerde zich meer te herinneren. Toen hij op zijn werk was, vertelde hij het aan zijn collega. “Ik was een kat, Tom. Het was een erg leuke droom.” Tom dacht een moment na en zei met een lach op zijn gezicht: “Ben je nu een mens die droomt dat hij een kat is of een kat die droomt dat hij een mens is?”

2 opmerkingen:

  1. Hoi Astrid,

    Heel toevallig hadden we het vandaag over zoiets tijdens de lunch. Een collega vertelde, dat hij niet zeker wist of hij vanochtend wel wakker was geworden, waarop weer een andere collega vroeg of hij nu misschien in een nachtmerrie zat en of hij als hij naar bed ging weer zou ontwaken. Leuk om dan nu dit te lezen.

    Bovendien hou ik ook erg van katten.

    Saul Bellow heeft een mooi boek geschreven dat "Henderson the Rain King" heet, waarin wordt beweerd, dat elk mens het karakter heeft van een dier. Ik ben een kat. Als je wilt weten wat Henderson voor dier is, moet je het boek maar lezen.

    groeten,

    Hans Peter

    BeantwoordenVerwijderen