vrijdag 9 september 2011

Beste Jim, (hoofdstuk 2)

hoofdstuk twee 







Hij werd wakker. Een moment hij kon zich niet herinneren wat er zo speciaal was aan gister. Toen voelde hij de blauwe plekken en hij herinnerde zich dat hij Jim had gemaild. Hij stond snel op en maakte zich klaar voor school. Hij koos een blauwe trui en een spijkerbroek.

Hij zat al in de klas toen Stein binnenkwam. Hij had een gebroken arm en een blauwe plek op zijn oog. Ook liep hij een beetje mank. Hij ging zitten en schoof Harold een briefje. Het zei: sorry van gister. Michel en Alexander kwamen ook binnen. Ze waren in, net als Stein, in elkaar geslagen. Lukas kwam niet opdagen en later kwam Harold erachter dat hij in het ziekenhuis lag.

Er gingen  twee maanden voorbij. Het ging allemaal goed. De jongens pestten hem niet meer. Hij voelde zich af en toe wel een beetje schuldig maar aangezien er geen echte beschadigingen waren vond hij dat het allemaal wel goed was gegaan.
En toch was er iets. Een gevoel dat er iets niet klopte. Hij kon er maar niet achter komen wat er was. Hij had niks kunnen vinden over Jim en had na een week opgegeven.
Hij opende zijn laptop. Je hebt 1 mailtje.

Harold,

We hebben de vertaling van deze code nodig. Zo snel mogelijk.

Jim

Harold opende de bijlage. Het was een foto van een zin van tekens. Hij zuchtte. Dat was te weinig om voor terugkerende letter combinaties te zoeken. Hij begon te tellen. 19 verschillende tekens. Dit zou niet te lang duren, maar toch zeker twee uur als hij pech had. Hij begon te schrijven en puzzelen. De eerste 27 keer sloeg nergens op. Dan kon hij na een woord al stoppen en naar de volgende. Toch was hij drie kwartier en twee koppen thee verder. “project” kwam. Hij had de goede. Hij vertaalde de rest en na nog twintig minuten  had hij de hele zin. “project alfa delta gamma moet afgeleverd worden op locatie om drie uur op woensdag.”  Harold was blij dat hij het had opgelost. Hij mailde de zin terug en sloot zijn computer af. Hij was blij. Dit was het gewoon. Niks gevaarlijks. Gewoon het oplossen. Hij was er vanaf. Tenminste dat dacht hij.

De week erop kreeg hij weer een mailtje. Dit keer met een moeilijkere code. 37 verschillende tekens. Dat betekende dat sommige lettercombinaties ook een eigen teken hadden. Dit kon wel eens een stuk langer gaan duren. Hij begon maar meteen. De hele avond zat hij te rekenen maar aan het eind was hij nog geen steek verder. Hij nam het de volgende dag mee naar school.
“Harold let je op?” vroeg zijn docent wiskunde. Harold keek op.
“ja hoor” loog hij. Hij was druk bezig met het oplossen van de code. De docent liet het verder rusten en Harold voelde een vlaag van opluchting dat hij niet gesnapt was. Onder het laatste uur, Nederlands, zag hij eindelijk de oplossing. Hij schreef het op en stopte alle blaadjes in zijn tas. De laatste tien minuten van de les leken eindeloos te duren. Hij wilde het zo snel mogelijk mailen naar Jim. Hij hoopte er vanaf te zijn. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten