maandag 12 september 2011

een dag uit mijn vakantie



Toen ik jong was waren we op vakantie in Frankrijk. Mijn ouders waren samen aan het wandelen en ik was alleen bij onze tent. Dit betekende heel veel voor mij want dat mocht ik niet zo vaak. Ik besloot in het bos bij de camping mijn lunch te gaan eten. Ik pakte een paar boterhammen en een flesje water in mijn rugzak. Zo ging ik het bos in. Na een half uurtje lopen kwam ik langs een meer. Ik wilde net gaan zitten toen ik een stem in mijn hoofd hoorde. Het was een mooie mannenstem. Ik was bijna betoverd zo mooi was het. De stem fluisterde, bijna smekend, “Help me. Help me.” Hardop fluisterde ik “Waar ben je, wat moet ik doen?” toen hoorde ik gekreun van achter een boom. Ik rende erop af en zag een jongen liggen. Hij zag eruit als een jongen van ongeveer 25 jaar. Hij lag op de grond en hij zag er heel bleek uit. Ik knielde bij hem neer en meteen hoorde ik de stem weer, maar zijn lippen bewogen niet. “Water, ik heb water nodig.” Even verwonderde ik me over hoe hij dat kon doen. Toen pakte ik snel mijn rugzak en gaf hem voorzichtig wat water. Hij dronk het gulzig. Toen viel me pas op hoe mooi hij was. Perfect was het enige woord wat dichtbij kwam. Ik gaf hem nog wat meer water en hielp hem te gaan zitten tegen een boom. “Bedankt” zei hij. Zijn lippen bewogen nog steeds niet. Hij scheen ook niet te ademen. Ik was te verwonderd om te vragen hoe het zat. Hij scheen mijn gedachten te lezen want een moment later zei hij: “Het is telepathie.” Hij glimlachte moeizaam. Ik keek hem aan, nog steeds verwonderd, en verdwaalde in zijn ogen. Opeens herkende ik wat ik zag in die ogen. Pijn. Voordat ik kon vragen of alles goed met hem ging antwoordde hij al. “Ik ben dood aan het gaan.” Hoorde ik in mijn hoofd. Ik was nog jong en begreep het principe dood nog niet zo goed. “Waarom?” vroeg ik verbaasd. Hij gaf geen antwoord maar vroeg of hij nog wat water mocht. Voorzichtig gaf ik hem nog wat water. Ik keek toe hoe hij dronk. Toen viel mij op dat hij zijn linker arm niet gebruikte. Ik keek beter en zag dat er bloed bij zijn schouder zat. Hij glimlachte en gaf me het flesje terug. “Bedankt.” Ik glimlachte terug. “Waarom ga je dood?” vroeg ik weer. Hij staarde in mijn ogen en keek serieus. “Verraad.” Zei hij. “Sommige mensen doen slechte dingen en dat doet pijn.” Hij keek verdrietig. Na een tijdje stil te hebben gezeten vroeg ik me af of hij honger had. Ik had zelf honger gekregen intussen. Opnieuw, voordat ik iets kon vragen, had hij al antwoord gegeven. “Nee hoor. Ik heb geen honger.” Ik pakte mijn boterhammen en begon te eten. Toch probeerde ik hem een boterham te geven. “Mama zegt dat elk mens drie keer op een dag moet eten.” Legde ik uit. Hij schudde zijn hoofd en ik hoorde zijn stem weer: “Ik heb geen honger.” Ik liet het maar gewoon zo want er was toch niks wat ik eraan kon doen. Toen ik mijn brood op had keek hij mij aan. “Het is tijd voor mij om te gaan. Daarvoor moet ik alleen zijn.” Hij deed een ketting af en gaf die aan mij. “hier. Draag dit en je zal veel geluk hebben.” Ik pakte het aan en deed de ketting voorzichtig om. “nu is het tijd voor jou om terug te gaan naar jouw ouders.” Ik glimlachte en stond op. “Tot ziens.” Zei ik. “Ga” zei hij. Na even twijfelen liep ik terug naar de camping.

De volgende dag liep ik terug naar de plek waar hij had gelegen. Eerst zag ik niks. Geen spoor van hem. Maar toen ik beter keek zag ik in de boom waar hij tegenaan had gelegen een klein engeltje in de boom gekrast. 

2 opmerkingen:

  1. Misschien was hij een fee om zo te spreken? Ik geloof wel in telepathie, maar het gebeurt niet zo vaak! Misschien is hij jouw personlijke engeltje. Maar een heel fijne verhaal! :)

    BeantwoordenVerwijderen